Beperkte I/O-mogelijkheden kunnen de prestaties van een computerapparaat ernstig belemmeren. Jarenlang bood de D-Sub-connector – in zijn 15- en 25-pins versies – een robuuste oplossing voor voldoende datasnelheden naar randapparatuur. Deze robuuste connectoren zijn afkomstig uit militaire toepassingen en beschikken over betrouwbare pin-and-socket-contacten en een stevige behuizing. Hun daaropvolgende aanpassing aan commerciële versies, waaronder de D-Sub-connector van het soldeertype en de waterdichte D-Sub-connector, maakte ze tot een praktische consumentenstandaard die veel werd gebruikt in video- en computeraccessoires.

Omdat de databehoefte steeg van kilobits naar megabits en de fysieke ruimte voor poorten kleiner werd, was er een nieuwe interface nodig. Dit leidde tot de introductie van USB in 1996. Een groot voordeel van USB is de mogelijkheid om tegelijkertijd zowel stroom als signalen over te brengen, waardoor externe apparaten zonder externe stroombron kunnen werken. De hot-pluggable mogelijkheid was een ander belangrijk kenmerk.

De USB-IF-organisatie heeft de standaard voortdurend verder ontwikkeld. De USB4-specificatie, uitgebracht in september 2019, behoudt de Type-C-interface, maar integreert Intels Thunderbolt 3-technologie, waardoor overdrachtssnelheden van 40 Gb/s mogelijk zijn. USB4 behoudt achterwaartse compatibiliteit en consolideert protocollen zoals USB 3.2, DisplayPort en Thunderbolt 3, waardoor de connectiviteit wordt vereenvoudigd voor een nieuwe generatie apparaten die vanaf 2021 worden verwacht. Deze toewijding aan upgrades zorgt ervoor dat USB een cruciale rol blijft spelen in het ontwerp van de volgende generatie apparaten.
